arrow-left-lightarrow-leftarrow-right-lightarrow-rightarrow-thin-left arrow-thin-right browser-search cup heart indicator laptop layers layout-4boxes layout-sideleft mail-heart mail map-pin mixer mouse nav paintbucket pencil-ruler phone picture play video
Insights On Topic

Antiek Leiderschap

Odysseus, Socrates, Julius Caesar, Cleopatra
Tekst: HESTER JANSEN

In deze Insights On Topic staat nieuw leiderschap centraal. Ook het oude leiderschap was eens nieuw. Hieronder een kleine bloemlezing van leiderschap uit de tijd van de Grieken en Romeinen; over mythische en historische leiders en hun specifieke kwaliteiten.

Odysseus

tranen, spieren en listen
Een van de meest bekende mythische figuren uit de oudheid is de held Odysseus, steevast aangeduid als ‘man van de duizend listen’ of als ‘de slimme Odysseus’. Als vorst van het eiland Ithaka raakt hij verzeild in de Trojaanse oorlog en hij doet er vervolgens tien jaar over om zijn manschappen over de Griekse zeeën weer terug naar huis te brengen. Onderweg wordt hij voortdurend op de proef gesteld. Zijn leiderschapskwaliteiten - oké, met wat hulp van de goedgezinde godin Pallas Athene - zorgen ervoor dat hij uiteindelijk zijn thuisland weer bereikt en het koningschap weer kan opeisen. Wat zijn de kenmerken van het leiderschap van Odysseus? Allereerst valt op dat hij zeer emotioneel is maar dat dit kennelijk niet afdoet aan zijn leidinggevende positie: het tonen van emotie is in de Griekse verhaalkunst kennelijk geen teken van zwakte. Om de haverklap zit Odysseus te huilen: als de stralende godin Kirke hem voorhoudt dat hij eerst in de onderwereld Hades zal moeten afdalen voordat hij mag terugkeren naar Ithaka, ligt hij nachtenlang te “klagen en te kronkelen”. De manschappen kijken er niet bepaald van op; zij jammeren zélf ook heel wat af, bijvoorbeeld als ze het comfort van het eiland van Kirke moeten verruilen voor het ‘breinzoute water’, met alle risico’s van dien. Als leider heeft Odysseus veel profijt van zijn overtuigingskracht, waarmee hij de gevaarlijke Faiaken voor zijn karretje weet te spannen. Ook zijn spierkracht overtuigt: hoe beroerd hij er ook aan toe is, zijn dijbenen zijn altijd breder en indrukwekkender dan die van andere strijders en hij gooit zijn discus - opnieuw, met de hulp van de godin Pallas Athene - altijd verder dan de rest. Maar de belangrijkste leiderskwaliteit van Odysseus is zijn spreekwoordelijke listigheid. De spannendste passages uit de Odysseia zijn toch wel de ontsnappingsscènes, zoals uit de grot van de boosaardige Cycloop. Odysseus voert de Cycloop dronken, steekt hem zijn ene oog uit en ontsnapt door zich als schaap te verkleden. Wat hem onderscheidt van zijn dappere vrienden, is dat hij onder alle omstandigheden twee stappen vooruit blijft denken en zich - ondanks felle emoties - niet van zijn doel af laat brengen.

“De belangrijkste leiderskwaliteit van Odysseus is zijn spreekwoordelijke listigheid”

Socrates

vroedvrouw en autoritaire herder
Waar de mythische held Odysseus wordt gekenmerkt door een zeer emotionele stijl, is de wijsgeer Socrates (ongeveer 470-399 v.C.) maar een koude kikker. Emoties minacht hij, tot aan het moment dat hij de gifbeker aan zijn lippen zet. Socrates leefde tijdens de hoogtijdagen van de Atheense democratie, de eerste democratie ter wereld. Hoewel… of Socrates werkelijk heeft bestaan is nog altijd onderwerp van debat. We kennen hem alleen uit geschriften van anderen, voornamelijk die van Plato. Zelf liet Socrates geen enkel spoor na. Socrates’ leiderschap is een filosofisch leiderschap over de eeuwen heen. Kernvraag bij Socrates is: hoe moet je deugdzaam leven? Zijn filosofische methode kenmerkt zich door het stellen van vragen. Zelf vergelijkt hij zijn dialectische methode vaak met het werk van een vroedvrouw: de ideeën worden door zijn gedurig ondervragen uiteindelijk ‘gebaard’. Sommige critici vinden echter dat Socrates meer weg heeft van een abortusarts: als zijn gesprekspartner een keer een eigen idee naar voren brengt, maait hij die kort af. Vragen kan Socrates goed; luisteren iets minder. Opvallend is dat Socrates kritisch staat ten opzichte van de Atheense staatsvorm: de democratie. Je zou toch denken dat Socratische dialogen uitstekend in deze staatsvorm zouden passen. Socrates’ ideeën over leiderschap zijn af te leiden uit de manier waarop hij naar het bestuur van de stadstaat kijkt. Zijn ideaal was niet het democratische Athene, maar het dictatoriale Sparta en daar schaamde hij zich bepaald niet voor. Hem kon de kloof tussen de burgers en de overheid niet groot genoeg zijn. Een leider was volgens hem een herder die zijn kudde (het volk) veilig houdt en voedt. Maar schaapjes hoeven natuurlijk niet door de herder geraadpleegd te worden over bestuurlijke kwesties. 

Dat zou hun verstand te boven gaan. ‘Bescheiden’ stelt hij: “Ik denk dat ik een van de weinigen, zo niet de enige, in Athene ben die de echte kunst van het staatsmanschap beoefent.” Toen hij ook nog sympathiseerde met de junta die korte tijd aan de macht was, was bij zijn tegenstanders de maat vol. Er werd een, tamelijk vage, aanklacht geformuleerd om Socrates de mond te snoeren. In plaats van de mogelijkheid aan te grijpen om Athene te ontvluchten, greep Socrates de doodstraf met beide handen aan. Hij stierf – al filosoferend met zijn leerlingen – door het drinken van een giftig plantenextract.

“De kloof tussen burgers en overheid kan niet groot genoeg zijn”

Julius Caesar

risico’s nemen, onzekerheden beheersen
In tegenstelling tot de Griekse filosoof uit de tijd van de Atheense democratie, was de Romeinse consul en generaal Gaius Julius Caesar (100 v.C. – 44 v.C.) een echte leider van het type ‘geen woorden maar daden’. We kennen van Caesar geen lange dialogen, maar karakteriserende korte en krachtige quotes zoals ‘veni, vidi, vici’ (ik kwam, ik zag en ik overwon), ‘alea iacta est’ (de teerling is geworpen) en ‘divide et impera’ (verdeel en heers). Na zijn overwinning op de Galliërs in 51 v.C., waarbij hij zeven jaar lang dood en verderf zaaide in het huidige Frankrijk, eiste de senaat dat hij naar huis zou komen en het militaire gezag zou neerleggen. Caesar dacht daar zelf wat anders over: hij stak de spreekwoordelijke Rubicon over, leidde zijn manschappen naar Rome, ontketende een burgeroorlog en greep de macht. Van hem is ook de uitdrukking: “Als je de wet moet breken, doe het dan om de macht te grijpen: observeer de wet in alle andere gevallen.” Caesar benoemde zichzelf tot dictator voor het leven, maar overspeelde hiermee zijn hand.

Het risico nemen pakte in politieke zin slechter uit dan op het slagveld. In 44 v.C. werd hij vermoord door Brutus. Caesar speelde een sleutelrol in de teloorgang van de Romeinse Republiek en de opkomst van het Romeinse Keizerrijk. Na zijn ‘dictatorschap’, was de weg vrij gemaakt voor een nieuw autocratisch bewind. Aangezien de term ‘koning’ een beetje gevoelig lag in het oude Rome, gebruikten de nieuwe heersers de term ‘keizer’ die van Caesars naam is afgeleid. Julius Caesar wordt gezien als een veldheer van het allerhoogste niveau. Zijn militaire succes wordt in verband gebracht met zijn leiderschapskwaliteiten: onder meer de strikte maar faire discipline die hij van zijn legionairs eiste. Hij keek bij zijn soldaten niet naar hun afkomst, maar beoordeelde hen op basis van hun competentie. Daarnaast was hij nooit te beroerd om zelf ook risico te nemen en vocht hij altijd zij aan zij met zijn manschappen. Caesar realiseerde zich dat mensen zich gewoonlijk meer zorgen maken om problemen die ze zich in hun hoofd halen dan om reële problemen. Zijn conclusie: denk als veldheer altijd twee stappen vooruit en beheers de onzekerheden.

“Denk altijd twee stappen vooruit”

Cleopatra

sluit amoureuze coalities
Van Julius Caesar is het maar een kleine stap naar de Egyptische ‘godin’ Cleopatra (69 v.C. - 30 v.C.), zoals trouwe lezers van Asterix en Obelix weten. Sommigen beweren dat zij een oogverblindende schoonheid was, anderen menen dat Caesar vooral voor haar intelligentie zwichtte (“haar tong was als een veelsnarig muziekinstrument”); feit is dat de Romeinse ‘dictator voor het leven’ en de Egyptische ‘godin’ Cleopatra een amoureuze winter beleefden in het jaar 48 v.C. en zelfs een ‘kleine Caesar’ kregen; het kind had de bijnaam ‘Caesarion’. Aan de relatie met Caesar zaten voor Cleopatra grote praktische voordelen: met Romeinse militaire steun kon ze eindelijk haar jongere broer Ptolemaeus XIII van de Egyptische troon wippen. Alleenheerschappij over Egypte was al lang de ambitie van Cleopatra. Al jong gaf zij blijk van grote intelligentie: als enige van haar broers en zussen leerde zij de Egyptische taal en ontwikkelde zij zich tot een populaire ‘people’s princess’; haar familieleden beheersten alleen het Grieks. Farao’s werden in Egypte beschouwd als intermediaire figuren tussen goden en mensen.

Cleopatra werd van jongs af aan vereerd als incarnatie van Isis, de godin van moederschap en fertiliteit. Zij buitte deze positie ten volle uit. In combinatie met haar kennis van de Egyptische taal bezorgde dit haar grote populariteit. Egypte stond bekend als graanschuur van de oudheid: het vergde van Cleopatra enorme stuurmanskunst om het land uit de greep van het machtshongerige Romeinse Rijk te houden. Als vrouwelijke leider moest Cleopatra iets andere methodes hanteren dan haar mannelijke tijdgenoten: haar methodes liepen via de slaapkamer. Volgens de traditie mochten vrouwen wel de positie van farao bekleden, maar dan alleen in een duobaan waarin zij ondergeschikt waren aan hun echtgenoot. Vandaar ook haar voorkeur voor liefdespolitieke allianties: alleen met Romeinse support kon zij haar positie in Egypte handhaven. In de machtsstrijd die na de moord op Julius Caesar ontstond, koos Cleopatra echter de ‘verkeerde kant’. Niet haar nieuwe geliefde Marcus Antonius, maar Caesars adoptiefzoon Octavianus greep uiteindelijk de macht in Rome. Egypte werd tot een Romeinse provincie gemaakt en Cleopatra pleegde zelfmoord in 30 v.C.

“Cleopatra gaf de voorkeur aan liefdespolitieke allianties”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *