arrow-left-lightarrow-leftarrow-right-lightarrow-rightarrow-thin-left arrow-thin-right browser-search cup heart indicator laptop layers layout-4boxes layout-sideleft mail-heart mail map-pin mixer mouse nav paintbucket pencil-ruler phone picture play video
Insights On Topic

Robin van Galen – Bondscoach Waterpolo

Tekst: Maurien Moller & Harrold Waaijer

Is het bouwen van High Performing Teams een kunst of een vak? En wat kunnen we leren van de topsport? Insights Discovery Practitioners Maurien Møller en Harold Waaijer gingen het gesprek aan met een aantal Nederlandse topcoaches. Het resultaat? Een serie inspirerende interviews over de succesfactoren én valkuilen van een High Performing Team.

Is het bouwen van een High Performing Team een kunst of een vak? Het bouwen aan een team en coachen in het algemeen is een vak geworden. Je kunt het er – zoals vroeger vaak wel het geval – niet meer even bij doen. Dat heeft niet eens zozeer te maken met de hoeveelheid tijd die erin gaat zitten, maar vooral met de fulltime-focus die nodig is. Het is ook belangrijk dat je de juiste mensen om je heen weet te verzamelen. Je kunt het niet alleen. En als je denkt dat je dat wel kunt, dan nog moet je het niet alleen doen. Het werkt beter om verantwoordelijkheid te delen en de juiste mensen de juiste dingen te laten doen. Dat vergt wel zelfkennis, iets dat volgens mij onontbeerlijk is als je succesvol wilt zijn of worden.

Welke technieken of kennis pas je toe als het gaat om aspecten als groepsdynamiek, teambuilding en mental training? Ik heb veel geleerd van de theorie van Tuckman over groepsprocessen. Daarnaast gebruik ik technieken om inzicht te krijgen in persoonlijke voorkeuren. Hoe zit iemand in elkaar? Hoe kan ik die persoon dan het beste coachen? Dat zijn belangrijke vraagstukken waar ik veel mee bezig ben. Naast zelfkennis is zelfreflectie erg belangrijk. Ik probeer mijn spelers vaak de spiegel voor te houden. Ga niet wijzen naar een ander, maar kijk eerst naar jezelf. Wat heb jij vandaag goed gedaan en wat was voor verbetering vatbaar?

Wanneer en hoe pas je deze technieken en methoden toe? Dat ligt eraan. Ieder proces is anders. Je kunt het helaas niet 1-op-1 kopiëren, dat zou te makkelijk zijn. Soms duurt een proces 4 jaar – zoals bijvoorbeeld bij een Olympische cyclus – en soms zie je alle fases voorbij komen in één seizoen van 9 maanden. Je herkent de situatie in zo’n geval beter, waardoor je gerichter leiding kunt geven.

‘Het is ook belangrijk dat je de juiste mensen om je heen weet te verzamelen. Je kunt het niet alleen’

Hoe oefen je feedback geven en ontvangen bij je atleten? Door continu met elkaar te communiceren en de zaken te benoemen zoals ze zijn. Ik zet geen tools in, maar gewoon m’n gezonde verstand. Dat betekent dat ik in minder belangrijke fases van het seizoen best kritisch kan zijn naar mijn spelers. Maar tijdens de laatste maand voor een piekprestatie probeer ik alles positief te benaderen, om zo extra vertrouwen te creëren.

In welke mate laat je de “I” in het team toe? Waar ligt de grens? Iedereen (ook de staf) is ondergeschikt aan het teambelang en ik bewaak als coach dat proces. Als ik denk dat er grenzen worden overschreden, dan gooi ik de betreffende speler uit het team, ongeacht wie het is. Natuurlijk ben je vaak bezig met individuele progressie, maar het teambelang staat boven alles. Ik heb vaak meegemaakt dat de beste spelers niet per definitie het beste team vormden. Ook in andere sporten zie ik dit fenomeen vaak terug.

Houd je bij het samenstellen van je team rekening met de verschillende persoonlijkheden? Denk bijvoorbeeld aan een meer introverte of juist extraverte voorkeur. Het is niet zo dat ik een extraverte voorkeur selecteer boven een introverte (of andersom), omdat daarvan te weinig in het team aanwezig is. Ik probeer wel naar balans te zoeken in tal van persoonlijke kenmerken. Ik probeer ze complementair te maken aan elkaar, maar in eerste instantie selecteer ik natuurlijk op technische, tactische en/of fysieke kwaliteiten. Later kijk ik naar de persoonlijke kenmerken qua karakter. De factor talent is altijd aanwezig. Bij de één natuurlijk meer dan bij de ander, maar ook daar geldt balans als sleutelwoord. Als er te weinig arbeid geleverd wordt of te weinig doorzettingsvermogen dan zullen ook de talenten hun doel niet halen.

Wat is de rol van de meest succesvolle atleet in een team? Is dat vaak ook automatisch de leider binnen het team? Mijn aanvoerder is vaak het verlengstuk naar de ploeg. Iemand die dichterbij de ploeg staat dan ik. Een belangrijke rol dus. Dit hoeft niet per definitie de beste speler te zijn, alhoewel dat soms wel het geval is. Het moet wel een basisspeler zijn die een bepaalde mate van aanzien heeft binnen de ploeg. Wanneer hij of zij iets zegt moet dit geaccepteerd worden. Een speler die bewust of onbewust het goede voorbeeld geeft. “Je krijgt wat je geeft”, dus de keuze voor je aanvoerder is een hele belangrijke.

‘Ga niet wijzen naar een ander, maar kijk eerst naar jezelf. Wat heb jij vandaag goed gedaan en wat was voor verbetering vatbaar?’

Hoe krijg je na een selectieprocedure, waarbij je teamsamenstelling vaak veran-dert, de balans weer op orde? Op het moment dat je slechts één speler vervangt hoeft dit niet zo’n probleem te zijn. Wanneer je meerdere spelers moet vervangen – bijvoorbeeld na een Olympische Spelen – dan kan dat best ingrijpend zijn en begin je weer van voor af aan. Zo’n nieuw proces kost veel tijd. Kostbare tijd waarin het kan gebeuren dat je steeds meer achter gaat lopen op de concurrentie. Het Nederlandse voetbal is hier een goed voorbeeld van. Louis van Gaal presteerde goed en werd 3e op het WK. Slechts 2 maanden later heeft Guus Hiddink de grootste moeite met het team. Andere spelers, andere coach en een ander proces. Mijn aanbeveling zou zijn om niet al te veel te wijzigen als dat niet nodig is. 

Hoe coach jij op afstand? Bij sporters die in het buitenland spelen en trainen. Dat is lastig. Je hebt dan weinig invloed, maar ik bel of heb mailcontact met de spelers en hun trainer. Ik ga regelmatig kijken en praat veel met ze. Ik check of ze goed in hun vel zitten en geef af en toe advies. Alle spelers hebben stuk voor stuk verbeterpunten, waarop ze ook bij hun club in het buitenland (kunnen) trainen.

Hoe werk je aan vormbehoud? Hoe zorg je ervoor dat sporters topprestaties blijven leveren, zonder geestelijke of fysieke “burn-out”? Door veel met mijn spelers te praten en mijn ogen de kost te geven zie ik hoe “belastbaar” een speler is. Soms is het goed om preventief wat gas terug te nemen. Veel trainen en spelen is belangrijk maar “gretig” blijven is het allerbelangrijkste.

Wat kan het bedrijfsleven leren van de topsport? Een goed programma met de juiste faciliteiten, de juiste mensen om je heen verzamelen, genoeg talent/kwaliteit op de werkvloer en werken aan de 3x Z: zelfkennis, zelfreflectie en zelfvertrouwen.

‘Ik heb vaak meegemaakt dat de beste spelers niet per definitie het beste team vormden’

Maurien Møller

Maurien Møller woont in Barcelona en faciliteert de internationale topsport in de mediterrane gebieden. Haar motto: perfect performance requires perfect preparation. Zij ondersteunt High Performance atleten en coaches uit o.a. Nederland bij de trainingslocatie scouting, lokale organisatie & begeleiding.

Harold Waaijer

Harold Waaijer is een geboren ondernemer en stond aan de wieg bij de oprichting van de Dekkeigroep in 2011. Als Hervormer maakte hij kennis met Insights Discovery. Nu doet hij als Directieve Motivator met veel plezier zijn werk. Harold werkt als mentor/coach voor High Potentials en als trainer voor High Performing Teams.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *